Naar aanleiding van de systematische review van Joost Agelink van Rentergem, Marie Deserno, en Hilde Geurts hebben we veel positieve reacties ontvangen via Twitter.

 

Maar ook waren er een paar goede kritische opmerkingen, vooral over dat subgroepeer-analyses zouden leiden tot hokjesdenken, waar veel mensen niet op zitten te wachten. We willen hier benadrukken dat het vooral erg belangrijk is voor onderzoekers en lezers van wetenschappelijk artikelen om het doel van de analyse in het oog te houden. Daarom sporen we onderzoekers aan hierover expliciet te zijn in hun artikelen. Misschien is er een subgroep die bijzonder veel baat heeft bij een nieuwe steunvoorziening, terwijl een andere subgroep hier geen baat bij heeft. Dat zou een vorm van hokjesdenken zijn die misschien niet schadelijk is. Daarnaast kunnen subgroepeer-analyses worden ingezet om te laten zien dat hokjesdenken juist geen goede beschrijving van de werkelijkheid is.

 

Daarnaast willen we met deze review vooral laten zien waar verbeteringen mogelijk zijn, om tot meer stabiele en informatieve resultaten te komen. Want wetenschappelijke resultaten die niet zo informatief zijn, daar heeft niemand wat aan

In het blad Clinical Psychology Review hebben Joost Agelink van Rentergem, Marie Deserno  en Hilde Geurts deze maand een systematische review gepubliceerd

In deze review worden de resultaten van 156 studies besproken, waarin wordt gekeken naar subgroepen. Elk van deze studies heeft een statistische methode of een vorm van “machine learning” gebruikt, om te kijken of er verschillende groepen te onderscheiden zijn, in steekproeven van autistische deelnemers, of gemengde steekproeven.

 Wij hebben gevonden dat onderzoekers vaak 2, 3, of 4 subgroepen vinden, maar dat er vaak weinig ondersteunend bewijs is voor het bestaan of de nuttigheid van deze categorisering. Ook verschillen de subgroepen veelal tussen studies, deels omdat er steeds andere testen, vragenlijsten en andere metingen worden gebruikt in de analyse.

 Om hier beterschap in te brengen stelden wij een gestructureerde lijst op, met de types bewijs waarvan wij zouden zeggen dat het het bestaan en/of de nuttigheid van subgroepen goed ondersteunt. Er zitten een paar studies tussen deze 156 die al goed op weg zijn. We hopen met deze review een structurele bijdrage te leveren aan de waarde van dit type wetenschappelijk onderzoek.

 Lees het hele artikel hier alvast in Word-format (gratis beschikbaar):

https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0272735821000763

Binnenkort is het echte artikel zoals opgemaakt door het tijdschrift op dezelfde link gratis beschikbaar.

In januari zijn een aantal papers als preprint verschenen op Psyarxiv.

Deze papers zijn nu te lezen:

Een paper over de ontwikkeling van een nieuwe psychoeducatie module voor autistische volwassenen: https://psyarxiv.com/tuwyb/

Een paper waarin met EEG verschillende cognitieve states onderzocht worden bij autistische en niet autistische individuen https://psyarxiv.com/42zrq/

Een paper waarin kenmerken van parkisonisme bij autistische volwassenen wordt bekeken: https://psyarxiv.com/eaj94/

en een paper waarin de overlap tussen Autisme en ADHD wordt onderzocht: https://psyarxiv.com/hn26a/

 

 

 

 

Do the items of the AQ 50 equally measure autistic traits across groups? So is it the same for women and older people as it is for younger men? It seems that some items are not that great. When groups are compared it seems better to use the AQ-28 as in the AQ 28 the majority of items are good enough. This is all described in the paper by Joost Agelink van Rentergem (Negatively phrased items of the AQ function differently for groups with and without autism)