d’Arc onderzoek

vlag-nl

Hier vindt u een verkorte weergave van ons huidige onderzoek (1 t/m 4) en het onderzoek wat we in het verleden hebben uitgevoerd (1 & 5).

U krijgt hier slechts een heel globaal idee van ons onderzoek, mocht u meer willen weten over een specifiek onderzoek dan kunt u contact met ons opnemen. Over al deze onderzoeken is zowel in de nationale als in de internationale literatuur geschreven. U kunt een overzicht van onze publicaties vinden onder het tabblad “Publications“.

1) Wat gebeurt er als mensen met autisme ouder worden?

Het is nu ongeveer 65 jaar geleden dat de diagnose autisme voor het eerst werd gesteld. Het meeste onderzoek, inclusief ons onderzoek, richt zich op kinderen en jongvolwassenen, maar wat als mensen met autisme ouder worden? Recentelijk hebben we hier een klein onderzoek naar gedaan. Doordat we geld hebben gekregen van NWO MagW kunnen we nu uitgebreider onderzoek doen naar zowel het klachtenpatroon (bijvoorbeeld autisme kenmerken die op de voorgrond staan en stemming) als naar cognitieve processen zoals geheugen en aandacht. Mensen met autisme hebben op jonge leeftijd soms moeite met cognitieve functies die bij mensen zonder diagnose achteruitgaan als ze ouder worden. Onze vraag is wat dit betekent voor mensen met autisme. Gaan ze sneller achteruit of hebben ze al methodes gevonden om met de cognitieve problemen om te gaan? Verdwijnen sommige symptomen of geassocieerde problemen of worden deze juist ernstiger? Wat heeft veroudering voor een effect op de hersenen (zie MRI & EEG) van mensen met autisme? We weten hier te weinig van en met behulp van dit onderzoek proberen we hier meer inzicht in te krijgen. Hiervoor gaan we binnen een grote groep mensen met een diagnose vergelijken met mensen zonder diagnose. Zie voor informatie in het Engels, project 1 en project 6.

Deelnemers: Voor dit onderzoek zoeken we momenteel geen mensen meer.

Door: Anne Geeke Lever, Cédric Koolschijn, Richard Ridderinkhof, Mike X Cohen, Barbara van Heijst & Hilde Geurts.

2) kunnen we voorspellen wie met adhd (geen) baat heeft bij Medicatie?

Samen met Dr. Liesbeth Reneman (AMC) is een aantal jaren geleden onderzoek gestart naar de lange termijn effecten van medicatiegebruik. U kunt over dit onderzoek meer informatie vinden op epod-study.nl. Het onderzoek waar d’Arc zich op richt gaat over kinderen en volwassenen met een ADHD diagnose die nooit medicatie hebben gebruikt. We willen bepalen of we op basis van de cognitieve problemen voor het gebruik van medicatie al kunnen zien, wie wel en wie geen baat heeft bij medicatie. Ook willen we bepalen of de (langere termijn) effecten van medicatie bij kinderen anders zijn dan bij volwassenen. Zie voor informatie in het Engels, project 2.

Deelnemers: Voor dit onderzoek zoeken we zowel kinderen als volwassenen met ADHD, maar voor het medicatie onderzoek kunt u zich niet via deze website opgeven. Dit kan alleen als u onder behandeling bent bij één van de deelnemende instellingen, zie ook weer de website. Mocht u of uw kind nooit medicatie hebben gebruikt en ook op korte termijn niet van plan zijn te gaan gebruiken dan kunt u wel aan een ander deel van ons onderzoek meedoen. We willen namelijk ook weten hoe nu überhaupt de cognitieve vaardigheden van kinderen en volwassenen met ADHD zijn (zoals het kunnen stoppen van gedrag). Hier is al wel veel onderzoek naar gedaan, maar vaak hadden deelnemers aan deze onderzoeken al ooit in hun leven ADHD medicatie gebruikt. Hierdoor weet je niet welke problemen door de medicatie misschien minder zijn geworden en welke mogelijk juist toe zijn genomen.

Door: Hyke Tamminga, Liesbeth Reneman, & Hilde Geurts.

3) Kunnen we cognitieve functies van kinderen met autisme trainen?

Het onderzoek naar de executieve functie (EF) training voor kinderen met een autisme spectrum stoornis (ASS) d.m.v. Braingame Brian is afgerond!

We onderzochten of EF training Braingame Brian een geschikte behandeling is voor kinderen met autisme. We vergeleken twee versies van de training (een werkgeheugen- en een cognitieve flexibiliteittraining) met een actieve controle training (niet-EF training). Van de 121 kinderen die de training deden, voltooiden 90 kinderen alle sessies. Kinderen in alle drie de trainingsgroepen (werkgeheugen-, flexibiliteit- en niet-EF trainingsgroep) gingen vooruit in werkgeheugen, cognitieve flexibiliteit en volgehouden aandacht zoals gemeten met taken bij de kinderen, en in EF, sociaal gedrag, ADHD-kenmerken en kwaliteit van leven zoals gemeten met vragenlijsten die ouders invulden. Kinderen die de werkgeheugen- of cognitieve flexibiliteitstraining deden verbeterden echter niet veel meer dan kinderen die de niet-EF training deden. Er werden slechts kleine effecten gevonden. De werkgeheugentraining zorgde voor iets meer verbetering van werkgeheugen (taak) en ADHD-kenmerken (vragenlijst). De flexibiliteitstraining zorgde voor iets meer vooruitgang in flexibiliteit (taak). Het doel van de training was dat kinderen de getrainde functies beter konden toepassen in het dagelijks leven, maar dit bleek niet het geval. We onderzochten ook of de training geschikt is voor subgroepen kinderen met ASS, maar intelligentie, autisme kenmerken, werkgeheugen en cognitieve flexibiliteit, Theory of Mind en beloningsgevoeligheid beïnvloeden de training en trainingseffecten niet. De training lijkt dus helaas geen geschikte nieuwe interventie voor kinderen met ASS (zie ook project 3 (in het Engels).

Door: Marieke de Vries, Ben Schmand, Pier Prins, & Hilde Geurts.

4) Kunnen we planningsvaardigheden bij adolescenten met autisme en/of ADHD?

Ons eerdere fundamentele onderzoek had laten zien dat kinderen met autisme en/of ADHD planningsproblemen hadden. In dit onderzoek willen we bekijken of een planningstraining ontwikkeld door Saskia van der Oord, Marije Kuin en Bianca Boyer goed werkt. Deze training wordt vergeleken met een andere training en we weten niet van te voren wie welke training zal krijgen zodat we goed kunnen onderzoeken welke nu het beste werkt en voor wie de training werkt. Dit onderzoek kunnen we doen doordat we hiervoor een subsidie hebben ontvangen van ZonMW. Over het ADHD gedeelte van het onderzoek kunt u meer informatie vinden op de website www.adhdtrainingen.nl. Het onderzoek bij adolescenten met autisme moet nog gaan starten. Dit trainingsonderzoek zal gecombineerd worden met een onderzoek naar plannen, symptomen en geassocieerde problemen. Zie voor informatie in het Engels, project 4&5.

Door: Bianca Boyer, Saskia van der Oord, Pier Prins & Hilde Geurts.

5) hoe kunnen we een onderscheid maken tussen autisme en adhd?

Ons eerdere onderzoek heeft zich op zowel de zogenaamde executieve functies, beloningsgevoeligheid en pragmatiek gericht. De kennis die we met deze eerdere studies hebben opgedaan heeft geleid tot de bovenstaande projecten. Voor hetgeen nu volgt zoeken we nu dus geen deelnemers.

Executieve functies (EFs): EFs zijn de zogenaamde cognitieve controle functies. U kunt hierbij denken aan het kunnen stoppen (inhibitie), plannen en veranderen van gedrag. Deze vaardigheden zijn essentieel in het leven van alle dag. Barkley (een onderzoeker uit de VS gespecialiseerd in ADHD) gaat er vanuit dat kinderen met ADHD juist problemen hebben in deze zogenaamde EFs. Dit zou kunnen verklaren waarom kinderen met ADHD vergeten wat ze ook alweer moeten doen als ze op hun kamer spullen moeten ophalen, of dat ze te snel antwoord geven of omdat ze bijvoorbeeld moeite hebben om op hun beurt te wachten. Bij kinderen met autisme wordt juist gedacht (o.a. Damasio, ook een onderzoeker uit de VS) dat ze bijvoorbeeld moeite hebben met de zogenaamde mentale schakelvaardigheid of te wel ze hebben moeite met het wisselen van strategie. Uit ons onderzoek bleek dat het niet zo eenduidig is. Het was juist er lastig om een onderscheid te maken tussen de groepen al hadden kinderen met autisme vaker wel meer en ook ernstigere problemen in de verschillende EF gebieden. Het bleek belangrijk te zijn om juist veel meer naar details te kijken in hoe kinderen deze taken nu aanpakken. Ook blijkt lang niet iedereen met autisme of ADHD een EF probleem te hebben. Dit is één van de redenen dat we bij al ons huidige onderzoek juist kijken naar zogenaamde individuele verschillen. Welk kind heeft welk probleem en wat werkt voor dit kind dan het beste om het probleem te verminderen?

Beloningsgevoeligheid: Herhaaldelijk is gevonden dat kinderen met ADHD moeite hebben met het stoppen van reeds in gang gezet gedrag. Het niet kunnen stoppen van hun gedrag kan effect hebben op hoe kinderen met ADHD beslissingen nemen. Onder andere Sonuga-Barke (een onderzoeker uit Engeland gespecialiseerd in ADHD) vermoedt dat sommige kinderen met ADHD juist moeite hebben met het stoppen van hun gedrag, terwijl bij andere kinderen met ADHD er juist meer sprake is van een andere manier van reageren op beloning en straf. Bij kinderen met ADHD is hier al veel onderzoek naar gedaan, maar bij kinderen met autisme veel minder. We hebben een serie studies uitgevoerd waar we zowel bij kinderen met ADHD als kinderen met autisme hebben gekeken of ze nu anders reageren op beloning en of ze dus anders leren. Dit is belangrijk omdat deze kennis ingezet kan worden voor het vormgeven van behandelingen. Uit deze serie onderzoeken kwam onder andere naar voren dat de prestaties van kinderen sowieso verbeterden als ze beloont werden, maar dat dit effect vooral sterk was bij kinderen met ADHD. Ook blijkt een vragenlijst (BIS-BAS) goed inzicht te geven in de beloningsgevoeligheid van kinderen dus deze kan gebruikt worden in ons onderzoek om te zien of iemand zijn beloningsgevoeligheid bijvoorbeeld van belang is voor het slagen van een behandeling.

Pragmatiek: Bishop (een onderzoekster uit Engeland gespecialiseerd in taalstoornissen) heeft enige jaren geleden een vragenlijst ontwikkeld die de Children’s Communication Checklist heet (de CCC, de nieuwste versie heet de CCC-2). In deze vragenlijst staan vragen over allerlei verschillende aspecten van communicatie. Het gaat over hoe kinderen grammaticaregels toepassen als ze een verhaal vertellen, over hun woordkennis, maar vooral over pragmatiek. Pragmatiek zijn de regels voor het gebruik van taal in sociale situaties, zoals weten wanneer u aan de beurt bent in een gesprek of weten wanneer u op moet houden met praten over uw hobby’s. Ook hier zagen we dat zowel kinderen met autisme als kinderen met ADHD pragmatiek problemen hadden. Daarnaast bleek dat ouders bij jonge kinderen (4-7 jaar) de taalstructuur problemen (ik en jij door elkaar halen bijvoorbeeld) vooral opvallend vonden terwijl bij oudere kinderen (7-14 jaar) de pragmatiek problemen veel meer op de voorgrond stonden. De CCC-2, is mede door ons onderzoek, nu ook op de Nederlandse markt verkrijgbaar omdat we een handleiding hebben geschreven en normgegevens hebben verzameld. In de klinische praktijk kan dit instrument nu worden ingezet bij de diagnostiek van taal-spraak stoornissen.